Wat zit daar in je oor?

Wat zit daar in je oor?

Wat zit daar in je oor?

Over stallucht, nagellak en zwangere walvissen.

Deze week opmerkelijk chemisch nieuws over: oorsmeer. Chemical Engineering News schrijft over onderzoek bij het Monell Chemical Senses Center in Philadelphia (Verenigde Staten). Daar haalden ze bij proefpersonen een wattenstaafje door het oor om vast te stellen hoe uniek oorsmeer is. Het idee is dat het - net zoals lichaamsgeur en vingerafdrukken - iets heel eigens is van de 'drager'.

Het is al langer bekend dat er twee basisvariëteiten zijn van oorsmeer: smeuiig geel en schilferig wit. Het eerste type komt vooral voor bij ons (Kaukasische) westerlingen. Mensen uit het oosten van Azië hebben doorgaans de drogere variant. Dat zit 'm allemaal in de genen.

Stallucht

De Amerikanen analyseerden beide oorsmeervarianten met behulp van GC-MS. Dat is gaschromatografie (om het oorsmeermengsel te scheiden) gevolg door massaspectrometrie (om de gevonden moleculen te identificeren).

Onze gele prut heeft duidelijk meer vluchtige componenten dan de droge schilfers van Aziaten. Dat verklaart meteen waarom er vaker een luchtje aan zit. Stallucht, om precies te zijn, veroorzaakt door hexaanzuur. En de geur van vuile sokken of parmezaanse kaas, als gevolg van de aanwezigheid van isovaleriaanzuur (officieel: 3-methylbutaanzuur).

Aziatisch oorsmeer kan dan weer een typische geur van nagellak verspreiden vanwege het 6-methyl-5-hepteen-2-on, ook wel methylisohexenylketon genoemd (46 punten bij scrabble).

Wat we daar nou mee moeten is nog niet meteen duidelijk, maar daar gaan de Amerikanen aan werken. Ze gaan als de ge(oor)smeerde bliksem aan de slag met vervolgonderzoek.

Zwangere walvissen

Toevallig publiceerde populair wetenschappelijk tijdschrift Quest vorige week een top tien van dingen die je (niet) wilde weten over oorsmeer.

Je leest daar onder andere dat oorsmeer onze oren beschermt tegen stofdeeltjes, bacteriën en schimmels. En het schijnt dat veranderend oorsmeer een vroege voorspeller van borstkanker kan zijn. Wist je trouwens dat oorsmeer tot in de negentiende eeuw gebruikt werd als lippenbalsem?

Een meer recente toepassing is het onderzoek naar walvissen. De enorme oorsmeerproppen van deze beesten vormen een soort chemisch archief waarin vastligt hoe oud de dieren zijn geworden en aan welke vervuiling ze hebben blootgestaan. Ook valt uit de aanwezigheid van hormonen op te maken wanneer de dieren onder stress stonden of zwanger waren.

In 2007 werd een walvisoorsmeerprop (30 scrabblepunten) geanalyseerd in de laboratoria van Baylor University (Texas, Verenigde Staten):



Foto boven: Stephen Dann | Flickr

Terug naar overzicht