In vuur en vlam

In vuur en vlam

De alledaagse chemie van lucifers

Rara wat zie je hier? Als het er niet boven stond zou het een mooi raad-je-plaatje zijn. Inderdaad, een lucifer. Of meer precies: de chemie van een lucifer. Je ziet de bruisende, bubbelende reagerende massa van een lucifer op het punt van ontbranden, sterk vergroot en sterk vertraagd. Heb je er ooit bij nagedacht dat je een kaars aansteekt dankzij een gecontroleerde chemische reactie?

Dompelen en strijken

De geschiedenis van de moderne lucifer gaat terug naar 1805, toen de Franse chemicus Jean Chancel een mengsel van kaliumchloraat, zwavel, suiker en rubber maakte en dat op de tip van een houten staafje zette. Als je het in zwavelzuur dompelde ging de reactie van start en begon de lucifer te branden. Dat was natuurlijk niet erg praktisch en vanwege het zuur nog gevaarlijk ook.

Twintig jaar later kwam de Engelsman John Walker op het idee om de reacties in de lucifer te starten met wrijvingswarmte. In 1826 maakte hij een mengsel van kaliumchloraat, antimoonsulfide en stijfsel (zetmeel). Het ontbrandde als je de lucifer tegen een ruw oppervlak streek. Makkelijk, maar niet altijd succesvol. Het was steeds afwachten of Walkers lucifers echt wilden ontbranden.

De toepassing van het makkelijk ontvlambare fosfor was een volgende verbetering, door de Fransman Charles Sauria in 1830. Zijn geheim was de combinatie van kaliumchloraat, zwavel, gom en witte fosfor, later vervangen door het minder giftige rode fosfor. Helaas waren de fosforhoudende lucifers vaak zó gevoelig dat ze al bij de geringste wrijving in de fik vlogen. Bijvoorbeeld in het colbert van de gebruiker…

Veiligheidslucifer

Onze  hedendaagse lucifers zijn een stuk veiliger dankzij de Zweedse chemicus en uitvinder Gustaf Erik Pasch. Hij haalde het fosfor uit de luciferkop en zette het op het strijkvlak van het luciferdoosje, zodat de lucifer alleen dáárop kon ontbranden. Pasch kreeg in 1844 patent op zijn idee, dat nog steeds wordt toegepast. Wel is ondertussen de samenstelling van de lucifer verder verbeterd, bijvoorbeeld om de rookproductie te verminderen (dankzij het gebruik van ammoniumfosfaat) en de brandtijd te verlengen (door het hout te impregneren met paraffine). In de video van de Amerikaanse chemievereniging ACS, bovenaan deze pagina, wordt alles precies uitgelegd.

Wist je trouwens dat er in Eindhoven meer dan een eeuw lucifers werden gemaakt? In 1970 maakte het Polygoonjournaal onderstaande reportage ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan. Tien jaar later werd de fabriek gesloten, en daarmee verdween de luciferproductie uit Nederland.

 

Voor wie nog niet genoeg heeft van de combinatie chemie en vuur: hieronder laat videomaker NurdRage zien hoe je vuur kunt maken zónder lucifers, maar mét chemie.

 

Afbeelding lucifer: OpenWalls
 
 

 

Terug naar overzicht